Iets wat we hier graag willen aanmoedigen, is dat onze kinderen vaker met de kinderen uit Kovol spelen. Er zijn een paar hindernissen geweest die het voor onze kinderen moeilijk maakten om dat te doen.

Er is natuurlijk de taalbarrière. Daarnaast is er een culturele barrière, omdat we niet precies hetzelfde begrip hebben van wat onder ‘spelen’ valt. De grootste uitdaging is echter het schema geweest. Terwijl onze kinderen op weekdagen binnen op school bezig zijn, zijn de Kovol-kinderen buiten in de tuinen om hun ouders te helpen. Het komt vaak voor dat onze kinderen tijdens de pauze naar buiten rennen om te ontdekken dat er geen Kovol-kinderen zijn om mee te spelen. Wat voor hen misschien nog vervelender is, is dat wanneer er wel kinderen in de buurt zijn, het niet steeds dezelfde kinderen zijn. We hebben een voortdurende stroom van bezoekers.

Maar zodra het weekend aanbreekt, ziet onze dagelijkse gang er weer heel anders uit. In het weekend zijn er wel kinderen in de buurt, maar besteden wij een groot deel van onze tijd aan gezinsactiviteiten.

Het resultaat is een hechte band tussen de zendingskinderen in ons team. Onze schema’s lopen in elkaar over en er wordt dagelijks gespeeld en rondgerend. Met de Kovol-kinderen hebben we echter nog niet zo veel gespeeld. Dat is iets waar we aan wilden werken.

Terwijl wij in het Verenigd Koninkrijk waren, startte Natalie hier een tweewekelijkse kinderclub op zaterdag. Omdat onze eigen kinderen er niet waren om mee te spelen, was het des te belangrijker dat ze een band opbouwden met de kinderen van Kovol. De kinderclub was bedoeld om die band te versterken en wat speelactiviteiten op gang te brengen.

De kinderclub bestaat uit anderhalf uur spelletjes op zaterdagochtend, met daarna een grote schaal popcorn. Natalie heeft de kinderclub trouw in stand gehouden terwijl wij weg waren en nu is het superleuk om mee te doen. We kunnen de vaardigheden die we hebben opgedaan in het jeugdwerk combineren met onze nieuwe taalvaardigheden. Je denkt: deze week doen we ‘zakdoekje leggen’, maar als het zover is, moet je uitleggen hoe het spel werkt in de Kovol-taal en dat kan een hele uitdaging zijn! Het zelf een keer voordoen werkt meestal wel, zelfs als we met woorden niet helemaal overgebracht krijgen wat de bedoeling is.

We hebben trefbal, voetbal, parachutespelletjes, estafettes, hindernisbanen, ‘pinkelen’, kwalleballen, touwtrekken, waterspelletjes, schietspelletjes, Pictionary, stoelendans, tikkertje en postenspellen gespeeld. Al die jaren dat ik spelletjes organiseerde bij verschillende jeugdgroepen komen weer voorbij. Touwtrekken en trefbal waren favoriet.

De afgelopen maanden hadden we elke keer 20 tot 50 kinderen. Het grootste probleem is het risico op blessures. Als we een chaotisch potje tikkertje spelen en we zien kinderen tegen elkaar botsen, is dat spannend. We voelen ons verantwoordelijk als er een blessure ontstaat en het lijkt erop dat het slechts een kwestie van tijd is voordat dat gebeurt. Vorige week had ik het idee om ze te laten zien hoe je een menselijke piramide maakt, maar ik was te bang dat ze iets zou overkomen!

Het is echt leuk als het spel verloopt zoals de bedoeling is, maar vaak loopt het uit de hand. Estafettewedstrijden veranderen vaak in een chaos als de orde langzaam afbrokkelt. Met een opgewonden groep kinderen is dat min of meer onvermijdelijk, maar ik vind het hier zeker lastiger. In de rij staan en op je beurt wachten is een vaardigheid die ons in het Verenigd Koninkrijk met de paplepel wordt ingegoten, maar hier is dat niet bepaald het geval. Er moet echt iemand de leiding nemen om een goede rij te kunnen maken. Eigenlijk voelt het alsof er twee leiders nodig zijn om een fatsoenlijke rij te houden 🙂 We krijgen de neiging om ons aan te passen en in plaats daarvan met de stroom mee te gaan!

We hebben hier ook te maken met het tropische weer. Regen betekent dat we onder het huis moeten spelen. Als de regen ophoudt, hebben we spekgladde modder, en zon betekent hoge temperaturen. Van parachutespelletjes in de tropische zon krijg je het best warm!

Volwassenen uit Kovol kijken meestal toe. Bij één spel liet ik alle kinderen elkaars hand vasthouden, zodat er een keten van 60 kinderen ontstond. Vervolgens nam ik de hele keten mee, waarbij ik ze om huispalen, over vaten en om andere obstakels heen loodste. De volwassenen keken hoofdschuddend naar het gekke gedoe dat ze zagen gebeuren. Maar soms sprongen er ook volwassenen bij om de kinderen in het gareel te houden, en soms deden ze zelfs zelf mee. Wie kan er nu nee zeggen tegen een potje touwtrekken?

Als de spelletjes op zijn, haalt Natalie een grote schaal popcorn tevoorschijn en deelt die met iedereen. Er is genoeg voor twee handenvol per persoon.

Ons team overweegt momenteel om naast de popcorn ook een korte Bijbelles toe te voegen. Ik heb de eerste zes Bijbellessen voor de evangelisatiebijeenkomsten van later al vertaald en het was simpel genoeg om elke les om te vormen tot een eenvoudige les van twee pagina’s voor kinderen. Het materiaal is er, maar als team moeten we er nog even over nadenken. Wat zullen de volwassenen ervan vinden als we de kinderen vóór hen gaan onderwijzen? Zullen volwassenen die meeluisteren de korte, eenvoudige les horen en bij zichzelf denken dat ze het nu al weten en de lessen voor volwassenen niet bij hoeven te wonen? Worden er mensen jaloers? Is het wel een effectief programma voor de kinderen als ze onregelmatig aanwezig zijn?

Zoals altijd in de interculturele missie zitten we vol vragen en zijn antwoorden moeilijk te vinden. Het is gemakkelijk om overdreven voorzichtig te zijn. We willen niet te veel onrust veroorzaken door overhaast te werk te gaan op onze eigen manier, maar tegelijkertijd moeten we wel ergens een begin maken. Als team zijn we momenteel bezig dat allemaal af te wegen. Tegelijk is het echt super dat er lessen klaar zijn. We zouden in principe volgende week kunnen beginnen, en we zouden genoeg nieuw materiaal kunnen blijven produceren, aangezien de kinderclub maar eens in de twee weken plaatsvindt.

Hoe zit het met het oorspronkelijke doel van de kinderclub? Zien we dat onze kinderen en de kinderen van Kovol vaker met elkaar spelen? Ja, dat gebeurt wel. Het is leuk om de spelletjes te leiden en te zien dat onze kinderen deel uitmaken van de groep. Ook buiten de kinderclub merken we dat ze zich wat meer op hun gemak voelen bij de kinderen van Kovol en dat ze ook samen spelen. Ik ben heel blij dat Natalie ermee is begonnen. Aanstaande zaterdag is het weer. Aan de ene kant heb ik er zin in, maar aan de andere kant ben ik lui en doe ik liever kalm aan op zaterdagochtend. Over het algemeen heb ik er wel zin in. Mijn spelletjesrepertoire nadert zijn einde, maar ik kan vast nog wel iets bedenken.

Categorieën: Dutch

0 reacties

Geef een reactie