Geschreven op 24 april.

Er is de laatste tijd veel activiteit geweest rondom de bouw van het klaslokaal voor alfabetisering. Mensen liepen af en aan terwijl het dak erop werd gezet, en deze week werden ook de banken en bureaus uit bomen uit de jungle gehakt en geplaatst. Terwijl dat allemaal gaande was, sprak een van de mannen van Kovol me aan toen ik alleen was om me uit te nodigen bij hem thuis te komen.

Hij had duidelijk gewacht tot er niemand anders in de buurt was. Hij wilde dat ik donderdagochtend naar zijn huis zou wandelen zodat hij me “wat kon vertellen”. Hij zei dat andere mensen boos zouden worden als ze het hoorden, dus wilde hij een privégesprek bij hem thuis. Ik stemde ermee in om te gaan luisteren en de afspraak werd gemaakt. Hij zou een kind sturen om me op het juiste moment op te halen en de weg te wijzen. Ik schreef het in mijn agenda zodat ik het niet zou vergeten — en vergat het vervolgens prompt alsnog.

Donderdagochtend verscheen het kind dus om me eraan te herinneren dat ik ging wandelen om een verhaal te horen. Ik trok snel mijn wandelschoenen aan en begon aan een wandeling van 45 minuten. Het was alweer een tijd geleden dat ik buiten ons eigen kleine gebied was geweest, en ik wistineens weer hoe intens jungletochten zijn. Ik heb een goede conditie en kan de mannen van Kovol bergop bijhouden, maar bergafwaarts maak ik geen kans. Zij schieten vooruit terwijl ik glijd en uitglijd in de modder. De hellingen zijn soms bijna verticaal en een deel van het pad voert langs een natte, gladde, rotsachtige rivier. De mensen van Kovol zijn ongelooflijk goed aangepast aan zulke zware tochten; het zijn echt indrukwekkende mensen.

Zonsondergang in Kovol

45 minuten later kwam ik druipend van het zweet aan en ging het huis binnen om wat t ekletsen en te wachten tot de hele familie aanwezig was. Ik hield mezelf bezig met wat koetjes en kalfjes en met het verzamelen van woordenschat voor de komende Bijbellessen. Een van onze thematische uitspraken zal waarschijnlijk “God is barmhartig” zijn, en ik moest weten hoe ik dat kon vertalen.

Toen iedereen eenmaal gearriveerd was, was het tijd voor het belangrijke gesprek. Ik haalde mijn voice recorder tevoorschijn en nam 30 minuten aan gesprek op in een mengeling van Kovol en Tok Pisin. Toen ik weer thuis was, schreef ik wat aantekeningen op en vertaalde ik losjes wat er gezegd was ten behoeve van mijn collega’s. Zij zullen er ook naar moeten luisteren om te zien wat zij eruit halen. Ik schat mijn begrip op ongeveer 80%. Twintig procent van de tijd ben ik zelfs na het opnieuw beluisteren van de opname niet zeker van wat er precies gezegd werd. Ik wilde dat even noemen om je een idee te geven van hoe lastig het is om te begrijpen wat ik hoor.

Bureaus in de klas

Hieronder staan de aantekeningen die ik heb opgeschreven. Het is lang, dus voel je vrij om stukken over te slaan. Of lees het juist eens door en kijk of je kunt ontdekken wat dit belangrijke gesprek was waarvoor ik was uitgenodigd.

0-1m

Ik ging naar Nate en was bij hem. Nate zei dat hij mij een weg zou geven. Nate zou bericht naar Duitsland sturen en ons werkmannen geven. Ik zei de eerste woorden Ai, U, I. Dat zei ik.

1m-2m

Ik was met mijn praten. Jullie zagen het en kwamen. Ik zei Ai, U, I. Ik werkte. Ik ging weg en een vis kwam, ik at hem en zei: het is waar. Mijn voorouders zeiden het, ik zei het vandaag, ik zei de eerste woorden en er kwam een vis.

2m-3m

Ik bouwde een huis. Ik haalde palen bij het water, gooide ze neer, deed het bamboe en zat binnen. Ik zei werk en jullie kwamen goed boven? Ik zei: het is waar. Dat is het verhaal. Eerst bouwde ik het huis, daarna maakte ik een tuin, ik kapte struiken en bomen en maakte een hek. Ik deed het voedselwerk.

3m-4m

Ik deed het werk en het ging goed en ik zei: vader sprak de waarheid. Ik ben hier niets. Mijn vader stond daarop, zei werk en er kwam fruit; vandaag deed ik het en er was fruit en ik zeg dat het waar is. Mijn plan was om het je in mijn huis te vertellen. Alles om te krijgen en te eten deed ik volgens het werk van mijn vader en het werd goed.

4m-5m

Mijn vader zei iets waars. Mijn woorden waren Ai, U, I en mijn werk werd goed. Ik wil werken en het gaat goed. De woorden van mijn vader zijn bij mij. Ik ben aan het werk.

Hier moet ik eerlijk gezegd een beetje gokken om het te begrijpen. Mijn vermoeden is dat het idee is dat de mensen van Kovol een minderwaardige kracht hebben geërfd dan blanke mensen. De welvaart van blanke mensen is het bewijs dat hun geheime woorden, of hun godsvrucht, kracht hebben. Door mij hun geheime woorden te vertellen en mij te laten nadenken, hopen ze misschien dat ik hetzelfde terugdoe en mijn geheime woorden onthul. Dan zouden ze, met de geheime woorden van de blanke man, het paradijselijke tuinleven kunnen binnengaan en leven zoals wij, met technologie en comfort.

5m-6m

Het voedsel is goed. Ik heb gegeten wat mijn vader me gaf. Hij gaf me voedsel en vlees. (Discussie, ga naar buiten kinderen, het gesprek werd goed.)

6m-7m

(Discussie.) Het is zoals met het planten van een wortel. Zo. Eerst was het donker. Alles was daar in het midden; het was donker en het licht kwam er niet bij. Hij sprak.

7m-8m

Hij sprak en water en lucht kwamen omhoog. Hij zag het en zei dat het goed was. De ochtend kwam, het droge verscheen, hij zei dat het goed was. Gras, bomen en alle dingen — hij sprak en ze kwamen uit niets. Klaar, en hij zag de dag, het was droog. Er kwam schaduw en een grote tuin verscheen.

8m-9m

Dieren en voedsel kwamen op. Ze gingen erin, klaar, en hij zag dat alles er was. Vrouw en man (waarschijnlijk gewoon mannelijke en vrouwelijke dieren) gingen erin en zij plantten voedsel. Er was voedsel om te eten, maar geen mensen. Er was geen mens om ervoor te zorgen. God zette voedsel in de paradijstuin en hij maakte de mens.

9m-10m

Klaar. Hij gaf wind. Hij kwam tot leven. Hij zei iets over de tuin. God zag … er is er één. Hij nam een rib en maakte … In de tuin. Hij zei: jullie zijn in de tuin, er is voedsel en vlees.

10m-11m

Geef ze jullie eigen namen, zei hij. Neem, eet en blijf. Jullie mogen alles eten, behalve één ding. Eet dat niet. Drie bomen. Slechts één is niet om van te eten. God zei dat. Ze verbraken de woorden en aten. Ze zagen dat ze kwaad hadden gedaan en verborgen zich. God wist het. Hij zag hen. De drie spraken: jullie hebben gegeten van de boom waarvan ik zei dat je er niet van mocht eten.

11m-12m

Hij zei: jullie hebben de woorden verbroken; de dingen zullen niet blijven, ze zullen verdwijnen en jullie zullen… Wij zijn op deze plaats omdat wij woorden verbreken en daarom zijn wij hier. Jullie zullen moeilijkheden krijgen. Jullie hebben de woorden niet gevolgd; jullie zullen kinderen krijgen met pijn.

12m-13m

Jullie zullen hard moeten werken in de tuin. Er zal pijn en zweet zijn om voedsel te krijgen. God wist dat hun voedsel en alles slecht zou worden en wij zijn… Wij volgen de woorden. Dat ene woord, en Kaïn kwam samen met Abel.

13m-14m

Kaïn verbrak Gods woorden. Abel volgde Gods woorden. Woorden… Dag 1 ging je voorbij aan de woorden. Dagen 1–6 werden alle dingen gemaakt en God rustte. Ik ben en jij bent.

14m-15m

De wortelwoorden zijn naar boven gekomen. Kaïn kwam, Noachs zoon Cham kwam en Jakob, Esau. De lijn van het verbreken van woorden. Jakob is jij en Abel. Kaïn ging naar mij. Jij bent vandaag gekomen. Dat is mijn verhaal, het is omhooggekomen.

15-16m

Ik zei dat hij zou komen en het verhaal vertellen. De woorden zijn bij mij en ik heb ze aan jou verteld. Er is moeilijkheid. Gods woorden zijn verbroken. De man die de woorden volgt?

16m-17m

Ons denken hier in (dorpsnaam) is dat (Steve) zou komen en dat wij het hem zouden vertellen.

0-1m

Voordat er woorden waren, maakten de woorden de mens. Daarvoor was er licht. Er was niets dat het licht kon breken. Hij zag alles omhoogkomen. “Laat er licht zijn,” zei hij.

1m-2m

Duisternis bedekte het licht niet. Hij sprak en alles werd geschapen. Klaar, en hij zag en dacht dat de grond te nat was. Hij zette de zon neer door te spreken en de grond werd droog. Hij sprak en begroeiing kwam omhoog. Hij zag dat het goed was.

2m-3m

De zon stond heel dichtbij om alles droog te maken, daarna stuurde hij haar iets omhoog. Het was goed. Hij sprak en de bomen en dingen werden, en hij zag dat het goed was. Hij plaatste een tuin met voedsel en dieren erin. De tuin van Eden. Hij ging erin en alles was goed. Hij zag dat het goed was.

3m-4m

Hij zag dat alles er was, maar er was geen mens om ervan te eten of ervoor te zorgen. Er was geen mens om schoon te maken en dingen te repareren. Hij dacht na, nam aarde en maakte een mens. Klaar, en hij gaf hem adem. Hij gaf adem en de mens stond op en hij sprak en zei: zorg voor deze tuin.

4m-5m

Zorg voor al deze dingen. Hij zorgde ervoor en zag dat alle dieren mannelijk en vrouwelijk waren. Voorvader Adam dacht dit. Hij was alleen. Hij nam een zijbeen van hem en maakte een vriend. Toen waren er twee. Neem alles, geef het een naam, eet ervan en blijf hier. Drie bomen mogen jullie niet eten. Hij zei dit en zij zorgden voor alles.

5m-6m

Hij gaf alles een naam en kreeg voedsel. Zij waren er en van de vrucht van de boom die ze niet mochten eten, aten ze toch. De eerste gedachte kwam bij Adam en hij liet het los; Eva sprak opnieuw tot Adam en hij volgde haar woorden en nam het voedsel en zij deelden het.

(Nieuwe spreker) Ik voeg hier nog iets aan toe. God zei dat hij moe was van het maken van mensen; hij had genoeg gedaan.

6m-7m

Ik leg het nu in jullie handen zodat de bevolking groot zal worden. De geest ging Adam binnen en zei: ik zal nu hier zijn. In goede en slechte tijden zal ik bij jullie zijn. God bleef niet op alle plaatsen; hij was nu in Adam en hij zou mensen maken. Dus het denken dat wij hebben, is dat alle dingen van deze aarde en van alle plaatsen — hij is daarin. God heeft mij gemarkeerd en God is in mij.

7m-8m

Hij gaf mij dit denken en begrip zodat hij mij geen kwaad zal doen of doden, omdat hij zelf bij mij zal zijn.

(Een andere man spreekt in Kovol.) Ons planten? Het voedsel waar mijn familielid over sprak is zo. De naam waarover hij spreekt is sperma. God is met ons en zo planten wij. Het planten van voedsel is zo en de wortel waarover ik sprak heb ik duidelijk verteld. Ik heb gezien dat het waar is.

8m-9m

(Terug naar de andere spreker.) Ik zal het uitleggen in Tok Pisin. Het woord voor ons water is sperma. Het betekent water. Wij zeggen sperma in het Kovol.

(Terug naar de andere spreker.) Het water van het leven waarover wij spreken, dat heeft God in Adam geplaatst en het kwam omhoog; onze voorouders ontvingen het en zo was het. Mijn vader vertelde mij hierover.

9m-10m

Ik ben hier ?? sperma. Het water van het leven is dat. Onze gemeenschap komt daaruit voort; ons voedsel, het planten, het voortbrengen van voedsel komt daaruit voort.

(Terug naar de andere spreker.) Ik zal het uitleggen in Tok Pisin. Sperma betekent dat het doorgaat en doorgaat en nog steeds bestaat en zal blijven doorgaan. Twee getrouwde mensen brengen sperma samen en er komt een kind. Zij doen hetzelfde en er komt weer een kind.

10m-11m

Dat is de betekenis hiervan.

(Terug naar de andere spreker.) Wij hebben deze gedachte en hebben het verhaal verteld en zijn gekomen. Het plan was dat jij zou komen en dit zou horen. Ik heb gesproken. Mijn kind sprak, mijn vader sprak, mijn familielid sprak en het bleef staan. Vandaag zei ik dat jij moest komen en ik zal geven.

(Andere spreker) Dus toen God dit in Adam en Eva plaatste…

11m-12m

God plaatste dit binnenin en Adam kwam voort. Adam plaatste dit en Kaïn en Abel kwamen voort. Zo is het. Wij zijn zo. Ik wilde dit niet bij jou thuis vertellen, dus gaf ik het aan jou in mijn huis en wij hebben gesproken. Dus het is daar. In onze taal werd het: A, U, waar, ik zal werken. A, U, waar, ik zal werken.

12m-13m

“Ik zal werken” betekent dat ik zal werken en werken en alles zal opkomen; ik zal het zien, krijgen, eten en bestaan. Het is zoiets… mensen die wij zien spreken en wij houden hen vast.

“Ik zal werken” in onze taal betekent dat: ik zal werken, mensen maken. De woorden “ik zal werken” en het komt omhoog. Ik en mijn vrouw toen wij net getrouwd waren. Ik zat neer en vader gaf mij een vrouw; ik nam haar mee en ’s nachts wilde ik maken. In Tok Pisin zeggen wij “maken”, in onze taal zeggen wij “ik zal werken”.

13m-14m

Dingen die door mensen gesproken worden. Dat zijn de woorden, mijn taal. Jij en ik, wij allemaal, wij zullen maken. In onze taal zeggen wij: ik zal werken. Wij zullen werken. Eén persoon zegt: ik zal werken; veel mensen zeggen: wij zullen werken. Ik maak alle dingen en het komt goed omhoog. Dat is de wortel van de taal van onze zeven dorpen. Wij zullen werken. Wij werken en dingen komen omhoog.

Alice en Millie in het klaslokaal

Wat ik ervan denk

Hoe klinkt dit voor jou? Onzin? Zie je hoeveel er onuitgesproken blijft? Het doel is dat ik dit verhaal hoor, maar er worden geen expliciete uitspraken gedaan die onthullen waarom het belangrijk is. Voor hen is het heel belangrijk en daarom gaan ze ervan uit dat het ook voor mij betekenisvol zal zijn. Ze vertellen me het verhaal en kijken me verwachtingsvol aan alsof ik precies begrijp waar ze het over hebben en waarom het belangrijk is.

Een ongeschreven stammentaal leren betekent niet alleen de woorden begrijpen, maar ook de cultuur begrijpen. De vertaalde woorden hierboven zijn waarschijnlijk betekenisloos zonder de culturele sleutels om de betekenis te ontsluiten. Ik ben er niet zeker van, maar dit is wat ik langzaam begin te begrijpen. Ik heb vaker soortgelijke dingen gehoord.

Er lijken “magische lettergrepen” en woorden te zijn geweest die onder de Kovol werden doorgegeven: “Ai, U, I”. Verschillende versies van het verhaal hebben me verschillende lettergrepen en woorden gegeven. Het lijkt erop dat men denkt dat deze woorden kracht of geluk geven. De spreker verwijst naar zijn gesprek met Nate om zendelingen te vragen en naar het bouwen van een huis als gebeurtenissen die goed verliepen omdat hij die klanken uitsprak. Zijn vader gaf hem die kennis.

Dat voorouderlijke idee is vervolgens naadloos vermengd geraakt (in hun beleving) met het verhaal van Genesis. Ik heb mensen horen zeggen dat Adam die magische klanken sprak toen God hem maakte. Daarna komt het idee dat God leven gaf aan de mens, dat leven in hem plaatste en hem de mogelijkheid gaf dat leven door te geven. Wat voor mij een losstaand idee lijkt, wordt gevolgd door opnieuw die klanken te noemen, dus kennelijk horen ze bij elkaar.

Over het geheel genomen lijkt het idee dus te gaan over het erven van kracht. De spreker denkt dat hij kracht heeft geërfd om voorspoed te hebben door die magische woorden, én de kracht om kinderen te krijgen. Wat na dit alles nog steeds niet duidelijk is, is: waarom moet ik dit weten? Waarom vinden zij het nodig dat ik dit weet? Waarom is het een geheim dat alleen in de privacy van een huis verteld mag worden?

Mijn vertrouwen dat dit inderdaad is wat er speelt groeit langzaam — misschien tot ongeveer 60% — maar de echte vraag is wat we hiermee moeten doen. Terwijl we doorgaan met het voorbereiden van Bijbellessen: wat doen we met deze achtergrondgedachten? Negeren we ze? Stellen we ze voorzichtig en impliciet ter discussie? Of openlijk? Terwijl wij lesgeven, zal de boodschap gefilterd worden door hun bestaande wereldbeeld. Hoeveel verantwoordelijkheid dragen wij voor hun uiteindelijke begrip? Als wij zo duidelijk mogelijk onderwijzen en mensen begrijpen ons alsnog verkeerd, hoeveel daarvan is dan onze verantwoordelijkheid? Wat kunnen we überhaupt doen als ik zelf niet helemaal zeker ben van de reikwijdte en betekenis van deze achtergrondgedachten?

Voor nu is het weer een stukje culturele kennis bovenop de stapel. Ik heb gebeden dat God ons de gesprekken zou geven die we nodig hebben om de belangrijke dingen te begrijpen waarvan we ons bewust moeten zijn voordat het Bijbelonderwijs begint. Misschien was dit gesprek een deel van het antwoord op dat gebed.

Categorieën: Dutch

0 reacties

Geef een reactie