(Vertraagd ivm vakantie vertaler)
Het creëren van een alfabetiseringsprogramma voor een voorheen ongeschreven taal is een enorme taak. De taal begrijpen en beginnen met het opbouwen van een woordenboek is een grote onderneming. Als dat eenmaal gedaan is, kan er een alfabetiseringscursus gemaakt worden. Elke lettergreep die nodig is om in de taal te kunnen lezen, moet in de les aan bod komen. Flashcards en verhalen die zijn gemaakt met behulp van reeds geleerde lettergrepen ondersteunen de lessen.
Ons alfabetiseringsprogramma bestond uiteindelijk uit meer dan 80 lessen. Het voorbereiden van de materialen voor die lessen heeft me een paar maanden gekost. Klaar! Ja, we gaan ervoor!
Nog niet. Wat gebeurt er met je eerste afgestudeerden? Als ze de alfabetiseringscursus verlaten en de benodigde lettergrepen hebben leren lezen en schrijven, hoe gaan ze die vaardigheden dan oefenen? Wat voor leesmateriaal is er beschikbaar?
Als er geen leesmateriaal beschikbaar is voor alfabetiseerden om te lezen, zullen ze hun nieuwe vaardigheid niet kunnen verankeren, maar in plaats daarvan vergeten.
Ik ben dus bezig met onze post-alfabetiseringsmaterialen. Ik ben bezig met het vertalen en controleren van leesmateriaal voor een toekomstige bibliotheek. Ik streef ernaar om het 100 pagina’s tellende boek “Hoe de Joden leefden” af te hebben voordat we naar huis gaan. Naast de bibliotheekboeken bereidt ons team ook een “9-gaten” programma voor.
Het 9-gaten programma draait om een bladwijzer met 7 voortgangsniveaus. Elk niveau heeft 9 lees- of schrijfopdrachten.

Leerlingen beginnen bij de slak en gaan omhoog via gekko, rat, wallaby, varken, kasuaris en tot slot adelaar. Elk nummer staat voor een taak. Als de leerling een taak heeft voltooid, neemt de leerkracht een perforator en perforeert de taak en de leerling gaat door naar de volgende taak.
Gaten 1-3 geven de leerlingen een bepaald aantal flashcards die ze correct moeten lezen in 1 minuut.
Gaten 4-6 zijn schrijftaken waarbij de leerlingen in schriften schrijven.
De gaten 7-9 zijn leestaken met begripsvragen.
Het inschatten van de moeilijkheidsgraad is in dit stadium een beetje giswerk. We hebben geen geletterde Kovol-mensen om een idee te krijgen van de leessnelheid die we zoeken. Ik moest een timer instellen voor 1 minuut en in een afgemeten tempo voorlezen uit onze Jozef-vertaling in Kovol. Ik las 100 Kovol-woorden per minuut en door dat door 7 te delen, heb ik het aantal flashcards voor de flashcardtaken en de lengte van de verhalen voor onze leestaken berekend. Hopelijk hoeven we straks niet alles helemaal om te gooien omdat de moeilijkheidsgraad niet klopte!

Nu is het alleen nog een kwestie van het materiaal voorbereiden. Ik ben weer terug bij het schrijven van verhalen van een bepaalde lengte met een beperkte reeks lettergrepen. We hebben besloten dat de lagere niveaus zich uitsluitend zullen richten op de meest voorkomende Kovol lettergrepen. Het slakkenniveau gebruikt alleen lettergrepen uit de lessen 1-20 van de alfabetiseringscursus.
Het is een breinbrekende taak om verhalen te schrijven als je niet de woorden kunt gebruiken die je wilt gebruiken! Het idee erachter is dat zelfs leerlingen die moeite hebben met de eerste cursus op het niveau van de slak kunnen beginnen en zich thuis kunnen voelen. Ze komen terug bij de lesstof uit de eerste lessen en kunnen in hun eigen tempo verder. Het is als een kleine reset voor degenen die de weg kwijt zijn aan het einde van de eerste cursus. Snellere leerlingen kunnen een hoger niveau bereiken en verder gaan met moeilijkere taken, maar leerlingen die er moeite mee hebben kunnen rustig aan doen op het slakkenniveau. Ze hoeven niet te onthouden hoe ze elke lettergreep moeten lezen en schrijven, niet meer dan een kwart ervan.
Lezen is voor mij als ademhalen. Het is instinctief en natuurlijk. Het is moeilijk om je analfabetisme voor te stellen en dus zijn we voorzichtig om het niet te gemakkelijk te maken.

Ik heb voor de cursus 56 nieuwe korte verhalen (tot 100 woorden) met begripsvragen nodig, 21 sets schrijfopdrachten, 21 sets flashcards en een nieuwe docentenhandleiding geschreven in de Kovol-taal voor toekomstige Kovol-alfabetiseringsdocenten. Veel om mee aan de slag te gaan!
Een groot voordeel van het deel uitmaken van een grote missie is de mogelijkheid om goede ideeën te gebruiken van anderen. Andere teams hebben met veel succes een 9-gatenprogramma gebruikt. Ik sprak met Jack van het Wantakia-team en zij zeiden dat ze wensten dat hun 9-gatenprogramma klaar was voor hun eerste alfabetiseringsstudenten. Nu Kovol alfabetisering waarschijnlijk volgend jaar van start gaat, zijn wij wel in de positie om dat te kunnen doen.

Op 11 juni vertrekt ons gezin van Kovol naar Goroka, en daarna naar Nederland voor een thuisreis. Het voelt verkeerd dat ik deze week zoveel op kantoor achter de computer heb gezeten. Het is een natte, nare week geweest, waardoor iedereen zich in zijn huis bij het vuur heeft verstopt. Toch voelt het zo raar om 3 dagen achter mijn computer te zitten en aan documenten te werken. Het voelt alsof ik het meeste uit de samenwerking met de mensen van Kovol moet halen zolang ik de kans heb, maar er zijn ook gewoon documenten die gemaakt moeten worden en dat kost tijd op kantoor.

Misschien moet ik mijn natuurlijke neiging weerstaan om zo “efficiënt en productief” mogelijk te zijn. Voor mij betekent dat meestal de to-do-lijst afwerken en niet bij het vuur zitten met mijn Kovol-vrienden om te vragen hoe het met hun yam-oogst gaat. Er zijn nog maar 3 volle werkweken over. Ik wil nog wel het bibliotheekboek “Hoe de Joden leefden” afmaken, dus dat komt nog wel. Voor de rest moet ik misschien “het werk afkrijgen” vergeten en in plaats daarvan mijn tijd besteden aan het samenzijn met mijn Kovol-vrienden. De documenten kunnen tenslotte wachten.
0 reacties